Drie jaar na hun laatste vakantie samen komt de vriendengroep van Romy weer bij elkaar in Schoorl, waar ze een huisje hebben gehuurd. Het is een beladen weekendje weg, de eerste trip na de dood van hun vriendin Marit, die tijdens hun vorige vakantie in zee is verdronken. De beelden staan nog helder op Romy’s netvlies: de warme zomeravond, de wijn op het strand, en daarna de plotseling opkomende zeemist waarin Marit verdween – ondanks de verstreken jaren worden ze niet minder pijnlijk.
Het weekend begint gezellig, met een vrijdagavond vol lekker eten en cocktails. Ze hebben het over Marit, maar net zo goed over hun levens, liefdes en banen. Dan krijgt Romy een vreemd bericht dat de rillingen over haar rug doet lopen, de tekst zinspeelt op Marits overlijden. Romy wil het bericht eerst negeren, maar het kruipt onder haar huid en ze deelt het met haar vrienden. Een misplaatste grap, denken ze allemaal. Maar als midden in de nacht een tweede bericht volgt, kan Romy niet meer ontkennen dat de afzender meer weet over de dood van Marit dan ooit naar buiten is gebracht.
